Kwantitatief onderzoek naar sterfte onder baby's en kinderen in de Kebarvallei
Dit onderzoeksrapport is opgesteld om te informeren over de gezondheidszorgsituatie van de Papua's in de Kebarvallei in West-Papua, Indonesië. Het onderzoek is in opdracht van Stichting Duurzame Samenleving Papua Barat (SDSP) gemaakt en vond plaats in augustus 2008. De belangrijkste conclusie van het kwantitatieve onderzoek: in de binnenlanden van de Vogelkop, West-Papoea is een kindersterfte van 32%. Oftewel: 1 op de 3 kinderen wordt niet ouder dan 5 jaar!
Download
- Onderzoeksrapport: Gezondheidszorg in de "Vogelkop" (pdf-bestand)
Een kwantitatief onderzoek naar de sterfte onder baby's en kinderen in de Kebarvallei, West-Papua
Vraagstelling
Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te krijgen op de onderstaande vraagstelling:
Wat is het sterftepercentage onder baby's (< 1 jaar) en kinderen (< 5 jaar, peuters en kleuters) in de Kebarvallei onder de Papuabevolking in West-Papua en wat zijn hier de belangrijkste doodsoorzaken van?
Het onderzoek beperkt zich tot twee districten in de Kebar vallei: district Senopi en district Anjai. In totaal zijn 137 vrouwen geïnterviewd. Het onderzoek heeft in de periode van 8 tot 21 augustus 2008 plaats gevonden.
Conclusies
De volgende conclusies kunnen op basis van de resultaten uit dit kwantitatieve onderzoek worden getrokken:
- Van de 708 zwangerschappen mondden er 4,7% uit in een miskraam en waren er 1,4% doodgeboren kinderen.
- Van de 665 bevallingen waarbij het kind levend werd geboren, zijn er 213 baby's en kinderen uiteindelijk overleden. Dit komt neer op een kinder sterftecijfer van 32,0%. Dat betekent dat bijna 1 op de 3 kinderen sterft.
- Van de 213 overleden baby's en kinderen zijn er 57,3% jonger dan één jaar. 27,7 % is tussen de één en de vijf jaar wanneer het overlijdt.
- De meeste baby's en kinderen (32,9%) zijn overleden aan koorts of malaria. Koorts in combinatie met hoesten (vermoedelijk longontsteking) zorgt voor een sterftepercentage van 13,9%.
- Diarree, geelzucht, prematuren en longproblemen (zoals tuberculose, longontsteking, bronchitis) komen ook voor, maar in minder grote aantallen.
- Bij 12,7% van de overleden baby's en kinderen was de doodsoorzaak, volgens de moeder, onbekend.
- 94,4% van de zwangeren bevalt thuis, al dan niet in aanwezigheid van een traditionele vroedvrouw.
- Van de 14 kinderen van een tweelinggeboorte, zijn er uiteindelijk nog maar drie in leven.
Deze resultaten houden in dat de schatting van de contactpersonen en de vrijwilligers van SDSP ter plaatse betreffende de kindersterfte in de Kebarvallei inderdaad rond de 32% ligt.
Aanbevelingen
Met betrekking tot het onderzoek:
- Verder onderzoek doen naar de baby- en kindersterfte in de Kebarvallei, d.m.v. semi-gestructureerde interviews met moeders om zo nog mee inzicht te krijgen het sterftecijfer onder baby's en kinderen. Zo mogelijk deze interviews houden met een arts erbij, zodat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de sterfte.
- In het verder onderzoek de doodsoorzaak van tweelingen beter belichten en nagaan of er verder sprake is van geslachtsvoorkeur. Indien mogelijk nagaan of er alcohol wordt gedronken tijdens de zwangerschap en wat de gevolgen hiervan zijn.
Met betrekking tot de situatie in het dorp Senopi en omliggende dorpen:
- Verbeteren van de hygiëne:
- het bouwen van goed onderhoudbare latrines in het dorp waar iedereen zijn behoefte doet;
- de koeien in een weide zetten en melken, zodat er geen uitwerpselen meer in het dorp zijn en dat kinderen melk drinken als extra voeding en weerstand. Mogelijk kunnen een paar koeien wel ‘los' blijven lopen zodat wordt voorkomen dat slangenhet dorp in komen;
- Op medisch gebied:
- aanschaf van klamboes, voorlichting over de verspreiding van malariamuggen;
- diagnostiek m.b.t. pneumonie en tuberculose, voorlichting preventie-maatregelen hierover;
- diagnostiek m.b.t. HIV/Aids, onderzoeken wat de incidentie hiervan is in Senopi en omgeving, gerichte voorlichting geven;
- gerichte voorlichting over goede binnenhuisventilatie en kookomstandigheden;
- aanschaf van een slangenserum als blijkt dat slangenbeten vaak voorkomen;
- inentingen van de dorpelingen, zo mogelijk ook volwassenen;
- aanschaf van medicijnen t.b.v. de patiënten in de polikliniek;
- intensivering van de MAF-vluchten t.b.v. spoedgevallen (voor zowel de bewoners, ontwikkelingswerkers en toeristen een veilig idee), vervoer van zieke mensen naar het ziekenhuis in Manokwari, snel vervoer van goederen van de stad naar het dorp;
- een voorlichtingsprogramma opzetten dat zich richt op (overmatig) alcoholgebruik en de gevolgen ervan;
- een programma starten dat zich richt op scholing en training van traditionele vroedvrouwen en genezers door lokale verpleegkundigen in het dorp.
- Overige:
- opknappen van de landingsbaan of de landingsbaan in Anjai meer gaan gebruiken. Bij de laatste optie kan de landingsbaan in Senopi mogelijk voor andere doeleinden worden gebruikt: koeienproject, tuintjes, etc.
- opstarten van economische projecten, waardoor de bevolking zichzelf kan redden. Zoals ecotoerisme, vlees- en melkverwerking, bos- en tuinbouw (FSC), handel, etc.
In de media
|