Home Publicaties Artikelen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en de SDSP
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en de SDSP

Ervaringen van de SDSP met verantwoord ondernemen

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO): voor het ene bedrijf alleen een ‘modewoord’ om in de marketingaanpak te gebruiken, voor een andere bedrijf ook een vast onderdeel van de missie en de visie. In de afgelopen jaren heeft de Stichting Duurzame Samenleving Papua Barat (SDSP) ervaring opgebouwd rond het thema MVO. Nu heeft de SDSP de intentie een groter project aan te pakken dat alle elementen van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in zich heeft. In dit artikel een weergave van de ervaringen van de SDSP en enkele conclusies en aanbevelingen voor anderen die dit onderwerp aan het hart gaat.

Auteurs: Drs. W.L. Bronsgeest, M. van den Oetelaar, L.C. de Zeeuw sr.
18 april 2008, SDSP,  Doorn


Voorgeschiedenis MVO

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen is in 2000 daadwerkelijk op de agenda geplaatst door de Sociaal Economische Raad in een rapportage, waarin de term People, Planet, Profit werden genoemd [1]. In deze zelfde periode zijn adviseurs als Covey en Elkington [2] in de bedrijfs- en veranderkunde ook opnieuw met het begrip  corporate social responsibility (CSR) gekomen. Al in 1970 heeft de econoom Friedman zijn ideeën over CSR gepubliceerd in een artikel in de New York Times [3]. Kortom, het concept is niet nieuw. De hernieuwde aandacht voor het onderwerp wel [4], omdat de tijd gaat dringen.

Wat is MVO

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen kan onderverdeeld worden in drie verschillende onderwerpen van aandacht. Ten eerste de normen en waarden die onderdeel zijn van dit concept. Het gaat in de praktijk dan om diverse regels, wetten en richtlijnen die iets zeggen over hoe je moet voldoen aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid. Bekend is de ISO 26000-richtlijn, en de richtlijnen van de OESO en de ILO. Ook zijn er internationale principes over eerlijke handel en eerlijke kleding (Fair Trade en Fair Wear) [5].

Ten tweede is het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid een onderdeel van het MVO-concept. Deze maatschappelijke verantwoordelijkheid is terug te zien in de rapportages van bedrijven over hun bedrijfsvoering.  Door middel van een duurzaamheidsverslag of het gebruik van het High5 handboek [5] rapporteren organisaties over de wijze waarop zij die verantwoordelijkheid invulling hebben gegeven. Denk aan het scheiden van afval, het gebruik van zonnecollectoren, de aankoop van Fair Trade producten voor bedrijfskantines of bijdragen aan projecten van goede doelen.

Ten derde is de mate van maatschappelijke betrokkenheid onderdeel van het MVO-concept. Dit laatste onderdeel is in veel gevallen vertaald via de woorden People – Planet – Profit; de mensen, de planeet/onze leefomgeving en het maken van winst voor het bedrijf.  Hierbij past ook een begrip als wederkerigheid. Als westers bedrijf investeer je mondiaal in duurzaamheidsprojecten, en daar krijg je ook wat voor terug: Een goede reputatie,  meer relaties en meer klanten. Op de langere termijn kan die omgeving zich verder ontwikkelen met nieuwe klantenkringen en samenwerkingspartners.

MVO en de SDSP

De SDSP is van mening dat het gebruik van FSC hout voor kozijnen of het incidenteel steunen van een goed doel niet genoeg is. Veel bedrijven steunen goede doelen, en veel bedrijven houden er bij hun bedrijfsvoering ook rekening mee dat zij op een duurzame manier moeten omgaan met grondstoffen en de eigen bedrijfsvoering. Deze initiatieven zijn natuurlijk uitstekend. Ook de SDSP heeft positieve ervaringen met bedrijven die projecten sponsoren. Een deel van de werkzaamheden van de SDSP zijn alleen maar mogelijk door de steun van diverse bedrijven. De SDSP is inmiddels ondermeer CBF-gecertificeerd, en heeft door de ervaringen met het bedrijfsleven een concreet plan van aanpak ontwikkeld om MVO naar een hoger niveau te brengen.

Micro – meso – macro

De SDSP kent projecten op meerdere niveaus.  De SDSP is gestart met projecten op microniveau. Denk daarbij aan medische projecten die in een netwerk van gerelateerde projecten worden uitgevoerd, zoals agrarische projecten, voorlichting, het slaan van waterputten en meer. Vanuit meerdere bronnen kunnen deze projecten gefinancierd worden. Deze aanpak is in zichzelf al uniek voor de SDSP: Projecten in een breder netwerk van projecten opzetten, opdat projecten steun aan elkaar hebben, intermediairs effectiever kunnen zijn in hun tijdsbesteding en rapportages op elkaar afgestemd kunnen worden.

Op mesoniveau heeft de SDSP een project in voorbereiding onder de noemer FSC. Hierbij wordt een gebied gekozen dat voor certificering in aanmerking komt,  maar waarbij ook uitdrukkelijk oog is voor een integrale en structurele aanpak van de welzijnsvoorzieningen. In dit artikel volgt een nadere toelichting op deze aanpak.

Een dergelijk project slaagt alleen als ook op macro niveau actie wordt ondernomen. In het geval van de SDSP betekent dat betrokkenheid van de Nederlandse en Indonesische nationale overheid.  De filosofie is daarbij dat je de marktwerking moet gebruiken om voor je te werken. Deze marktwerking is in de huidige wereld een gegeven. Voor de overheid is het echter zorg daaraan randvoorwaarden te verbinden, opdat de marktwerking grote bedrijven en kleine bedrijfsinitiatieven niet alleen de lucratieve onderdelen oppakt (de ‘krenten uit de pap’), en de taken voor de gemeenschap niet worden uitgevoerd. Door samenwerkingsverbanden tussen politiek, bedrijfsleven, educatie en te initiëren. Een mooi voorbeeld is het LERD-programma (Local Economical Regional Development), waarin deze initiatieven worden geselecteerd en als project worden uitgevoerd. Door het maken van winst te stimuleren en teven te bewaken dan er aandacht is voor de gebiedsontwikkeling als geheel, ontstaat een win-win-win situatie voor de marktinitiatieven, de lokalenbevolking en de natuur.

Case: FSC

Indonesië kende in 1999 een areaal van 105 miljoen hectare bos, zo’n 60% van de landoppervlakte van het land. Bijna 18% daarvan ligt in West Papoea [6]. Dat lijkt veel, maar in 1950 was dat nog 163 miljoen hectare. In 1999 stond de bosbouw garant voor een bedrag van 4,8 biljoen US Dollar aan export naar China, Japan, Taiwan en een aantal andere landen, en hadden 15,4 miljoen mensen een baan in dit werkveld [7].
Helaas is er ook sprake van veel houtkap die illegaal is, hoewel de aantallen en percentages daarover uiteenlopen. Een deel van de herbebossing, vooral begin jaren ’90 bestond uit een statistische herbebossing: 1 boom per hectare was formeel genoeg als herbebossingsnorm. De lokale bevolking is vaak geen deelgenoot van deze bosbouwinitiatieven: bewoners kennen de plannen niet, en weten niet dat hun bos in concessie vaak is vergeven aan houtbedrijven. De vraag is vaak welk bedrijf eerder is, een mijnmaatschappij of een houtbedrijf. Het aantal FSC-gecertificeerde bossen in Indonesië is laag: 6 bossen met een oppervlakte van 700.000 hectare zijn gecertificeerd.

Door in Papoea een of meerdere FSC-projecten op te starten, kan een positieve wending worden gegeven aan de aandacht vanuit de wereldmarkt op het gebied. Een FSC-project bestaat in dit geval uit meerdere onderdelen, waarbij het opzetten van een Forestry Management Systeem (FMS) en het certificeren van het bos maar twee onderdelen zijn van een groter pakket maatregelen. In Papoea zijn ook de volgende doelen van belang voor het slagen van een dergelijk project:

  • Zorg voor de opbouw van kennis en kunde bij de lokale partner (Capacity Building): de lokale mensen zullen het project moeten uitvoeren en beheren. De SDSP is nadrukkelijk o zoek naar trajecten die niet het risico lopen afhankelijk worden van een ‘hulpinfuus’  uit het westen.
  • Opzetten beheerorganisatie voor het bos en het oplossen van twisten over landgebruik en ‘adat’-rechten. Hierbij moeten de afspraken van voorvaderen en de waarde van stukken bewerkt land worden geformaliseerd en in overdrachtsdocumenten worden geregistreerd. Daarnaast zal de beheerorganisatie ook een bewakingssysteem moeten opzetten voor het bos.
  • Denken aan alternatieve bronnen van inkomsten voor de bevolking, waaronder eco-toerisme, landbouw en veeteelt
  • Educatieve programma’s en medische progamma’s voor de lokale bevolking.

In Nederland is de succesfactor de samenwerking tussen de locale partner in Papoea, de NGO in Nederland die het project initieert, het bedrijfsleven dat de producten uit het bos kan gebruiken, wetenschappers die haalbaarheidsstudies doen en de natuur bestuderen, en de nationale overheid die via de ambassades in Indonesië en in Nederland ook voor bestuurders het project transparant houdt.

 

Tot slot

De SDSP werkt toe naar een aanpak waarbij een groot gebied structureel en integraal wordt ontwikkeld. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de steun aan kleinere initiatieven, omdat het niet mogelijk is om grote gebieden in een keer te ontwikkelen.  De SDSP streeft dan ook naar een aanpak op zowel micro, meso en macroniveau. Op al deze niveaus is inzet nodig. Het slaan van een waterput is daarmee een nuttig project. Het aankopen van FSC-hout of het aanschaffen van bakken voor gescheiden afval door kantoren is daarom ook altijd goed. Pas als de relatie met het  mesoniveau wordt gelegd, ontstaat de kans om al deze afzonderlijke nuttige initiatieven een plek te geven. Pas dan kun je de effecten bereiken die binnen het werkveld van de ontwikkelingshulp op de agenda staan: het structureel en duurzaam helpen ontwikkelen van gebieden die de aansluiting bij de huidige economische, medische en educatieve ontwikkelingen dreigen te missen.

 

Nawoord

Dit artikel is opgesteld als resultaat van een korte workshop van de SDSP tijdens het evenement Feels Like Home in de gemeente Boxtel op 18 april 2008. Tijdens dit evenement ontmoetten bedrijfsleven, overheid en NGO’s elkaar rondom het thema duurzaamheid.

 


Bronnen

[1] SER, De winst van waarden, Advies 2000/11 - 15 december 2000, 2000. Zie ook: http://www.ser.nl/nl/publicaties/adviezen/2000-2007/2000/b19054.aspx
[2] Noordegraaf, M.,  Van Lierop, K.,  Management van maatschappelijk
verantwoord ondernemen, in: Holland Management review, nummer 98, 2004
[3] Friedman, M.,  The Social Responsibility of Business is to Increase its Profits, in: The New York Times Magazine, September 13, 1970, The New York Times Company.
[4] Holme, R., Watts, P.  Corporate social responsibility: making good business sense, januari 2000, World Business Council for Sustainable Development (WBCSD)
[5] http://www.mvonederland.nl/
[6] http://www.foejapan.org/forest/doc/evt_071108_purba.pdf
[6] FWI/GFW 2002 en Holmes, D. Indonesia: where have all the forests gone? , 2002